Een luxe probleem is ook een probleem


Stel: Je zit op een vier sterren camping in het zuiden van Frankrijk waar het eigenlijk net iets te warm is. De wijn, die je ‘s middags zelf gehaald heb bij de cave om de hoek, blijkt helemaal niet te drinken. Je kinderen komen elke vijf minuten vertellen dat ze het zwemparadijs met drie baden, vijf glijbanen, twee speelfonteinen, een knuffelmuur en vier whirlpools, saai vinden. Je vrouw aan het flirten is met de buurman. Terwijl je van mening bent dat je, ondanks een biergerelateerde buik en terugwijkende haargrens, er bijzonder goed uitziet voor je leeftijd. Beter nog dan de buurman die aan rugby zegt te doen en daar inderdaad de scheve neus voor heeft. Wat enorm afleid van zijn strakke buikspieren en de getrainde biceps.
Je weet dat het eigenlijk veel erger had gekund. Je had geboren kunnen zijn in een favela in Sao Paolo in Brazilië en op de straat moeten poepen, zonder uitzicht op een fraai leven. Niet zeker wetend welke kinderen wel en welke echt niet van jou zijn. Wel zeker weten dat zij van ze lang zal ze leven niet terecht waren gekomen op die bloedhete viersterren camping pittoresk gelegen vlakbij Grospierres. Toch voel je je er niet lekker bij. Zelf heb ik dat niet. Nooit eigenlijk. Want ik weet precies wanneer iets een echt probleem is of slechts een obstakeltje als gevolg van welvaart. In dat laatste geval lach ik er om, en schuif het weg naar een achteraf plekje van mijn hippocampus. Maar toch. Soms kan ook ik er niet om heen. Zo sta ik, poedelnaakt, naast het bad. En ik weet dat ik een luxe probleem heb maar kan iemand mij helpen? Hoeveel van die parels moeten er nou eigenlijk in het bad?